Etty in Spijkerbroek
Eerlijk is eerlijk, het was even wennen. De visuele beelden verdrongen de innerlijke, ik werd slachtoffer van wat in de kunsttheorie vervreemding heet; iets vertrouwds en dierbaars werd me afgepakt. Toch duurde het verzet niet lang. Of dat nou kwam door het fantastische spel, het doordachte script of de slimme promotie vooraf, ik weet het niet. Etty kwam al snel dichterbij, al in de eerste uitzending. Je hoort Julia voorlezen uit Etty's dagboek, met een grappig-vlugge stem, een voice over die maakt dat je tegelijk in 1941 en in 2026 bent. Voor mij was het belangrijk, Etty's zinnen horen, haar schrijfzinnen. Het nam de afstand weg en daarmee ook de aanvankelijke weerstand.
Lang heb ik nagedacht over de keuzes van de regisseur en de situatie waarbinnen die moeten zijn ontstaan: het huidige Israël, verwikkeld in een nodeloos brute, sadistische oorlog met de Palestijnen. Hoe zet je als weldenkend progressief mens met grote schaamte over wat zich nu in Gaza en de westelijke Jordaanoever voltrekt – hoe zet je dan Etty en haar Spier neer? Hoe probeer je je politieke tegenstanders via hen te overtuigen?
Zo kijk ik nu naar de serie, met veel sympathie voor de artistieke keuzes en dilemma's van de regisseur. Zijn Etty was een andere dan de mijne, zijn Spier trouwens ook. Het verwarde me soms. De serie gaf me een hernieuwd gevoel van urgentie. Van ruimte ook, ik dacht: als dit kan, zal er in de toekomst nog meer kunnen. Het bewees me dat Etty en haar wereld springlevend zijn en dat we in de toekomst nog verschillende adaptaties kunnen verwachten. Niet alleen in de vorm van films, maar misschien ook theater, opera, beeldende kunst, dans. Een vooruitzicht om blij van te worden. Hillesums voorbeeld is zo sterk, haar gedachten zo onontkoombaar.