Etty Hillesum (1914-1943)
Groeit op in Deventer en studeert rechten in Amsterdam. Wordt in de jaren tachtig bekend dankzij tien dagboekschriften die haar de reputatie bezorgen van een oudere Anne Frank. Ze valt op door haar godsbeelden, vrije seksuele moraal en drie overtuigde nee's: ze wil niet haten, niet onderduiken, niet overleven louter om te overleven.
Medio juli 1942 treed ze in dienst bij de Joodse Raad (JR). Al snel dient zich de mogelijkheid aan om ondersteunend werk te gaan doen in Kamp Westerbork, een kans die ze met beide handen aangrijpt. Ze wil haar vervolgde medemens tot steun zijn. Karakteristiek citaat dit najaar:
'In alle kampen over heel Europa zou ik willen zitten, aan alle fronten zou ik willen zijn, ik wil toch immers niet z.g. "veilig" zijn, ik wil er toch bíj zijn, ik wil een klein stukje verbroedering op iedere plek, waar ik ben tussen al die z.g. vijanden […].'
Op 20 juni 1943 verliezen medewerkers van de JR hun beschermde status en wordt Etty Hillesum een gewone kampgevangene. Op 7 september 1943 wordt ze vanuit Westerbork getransporteerd naar Auschwitz, samen met vader Louis, moeder Riva en broer Mischa. Broer Jaap volgt later naar Bergen-Belsen. Niemand van het gezin overleeft.
Hillesum geldt als een icoon van religieus humanisme en passief verzet.
